|
|
Bron: Utrechts Nieuwsblad, 30 augustus 2000
Pokémonwedstrijd was niet gaaf maar wel leuk
UTRECHT - Özkan Sert (14) is nog niet helemaal bekomen van zijn jetlag. Na twee dagen Hawaď zit hij weer in de kelder van de spellenspeciaalzaak The Joker aan de Oudegracht in Utrecht. Zijn map met Pokémonkaarten ligt op zijn schoot. Vers aangevuld met Japanse kaarten uit Hawaď. Afgelopen weekend vloog de Utrechter naar de tropische eilandengroep om daar mee te doen aan de internationale Tropical Mega Battle Pokémon. "Ik vond het heel leuk, maar ik had verwacht dat het heel erg gááf zou worden."
Ízkan had zijn zwembroek meegenomen, maar helaas was er geen tijd voor een duik in de helderblauwe zee. "Een week zou perfect zijn geweest." Samen met leeftijdgenoot Lokman Tsang uit Arnhem en nog veertig kinderen uit andere landen waaronder de Verenigde Staten, Japan, Italië en Duitsland was hij een weekend lang druk met het ruilkaartspel Pokémon.
Vrijdagavond rond half acht arriveerde hij samen met zijn vader in het Hilton Hawaiian Village, een hotelcomplex grenzend aan Waikikibeach. Hij sliep in de 18-verdiepingen hoge Tapatower. Uitzicht op zee. Het ćdorpĆ telt twee zwembaden en tientallen winkels, restaurants en bars. Het staat in schril contrast met het uitzicht vanuit het vliegtuig tijdens de landing. "Toen we gingen landen zag je krottenwijken en toen dacht ik: huh." Het steeg Ízkan niet naar zijn hoofd na het zien van de chique winkels en restaurants. Hij had gewoon zin in een patatje in plaats van kreeft. Uiteindelijk werd het pizza van ongeveer 24 dollar per stuk. "Hawaď is erg duur."
De manifestatie was in tweeën gesplitst. Zaterdag oefenen door middel van opdrachten. Zondag het grote werk: de wedstrijd, waarbij het erom ging de Pokémons van de tegenpartij 'bewusteloos te slaan'. De monstertjes gaan immers niet dood. "Ik vond zaterdag het leukste. Toen konden we gewoon met onze eigen kaarten spelen. Zondag moesten we met andere kaarten. Die waren veel minder goed en van de goede had je er weinig. We hadden ook maar 40 kaarten in plaats van 60, zoals we gewend zijn. Dat vond ik echt dom."
Japanse spelers
Hij heeft veel geleerd van de Japanse spelers die het spel veel langer spelen. "Zij denken niet na, ze spelen gewoon." Ze waren wel erg kien. "Toen we zaterdagavond aan het oefenen waren, had ik gewonnen van een Japanner. Hij wilde toen dat ik mijn naam en mijn soort deck (de selectie kaarten waarmee je speelt) voor hem opschreef. Echt gek. Ze spreken ook gewoon Japans tegen je. Ik zei: I speak English. Maar ze bleven gewoon doorpraten."
Helaas vloog Ízkan niet met de hoofdprijs, een medaille, naar huis. Die ging naar een Amerikaan. Op welke plaats hij wel is geëindigd is nog niet bekend. "Het zou me niets schelen als ik laatste zou zijn geworden. Ik ben toch op Hawaď geweest."
Ízkan vindt dat de organisatie het slim aanpakt. "Na de wedstrijd dacht ik: ik ga al mijn ruilkaarten verkopen. Maar ze zeiden dat ze in november in New York weer een internationale wedstrijd organiseren. Dus ik doe ze nu nog niet weg. Ik ga wel proberen om die reis te winnen."
|
|
|